Een beknopt overzicht van de manuele therapie E.S.® door: C.J.W. Riezebos
Manuele therapie E.S.®
De manuele therapie volgens de Utrechtse School staat ook wel bekend als ‘het systeem Van der Bijl’ of eggshell specialisme.
Onder manuele therapie, zoals bedoeld in bovenstaande omschrijvingen, wordt verstaan:
‘Een behandelmethode van functiestoringen in het bewegingsapparaat, waarbij, na een theoretische analyse van de inter-individuele en intra-individuele verschillen in asymmetrie van vorm en functie van het bewegingsapparaat (in hun onderlinge wederkerige samenhang), door het uitvoeren van handgrepen aan botstukken getracht wordt de functie van het bewegingsapparaat te optimaliseren.
Analyse en therapie baseren zlch op twee wetenschapsgebieden:
A. Functionele morfologie (een onderdeel van de biologie)
B. Biomechanica
Een aantal begrippen, die ten grondslag liggen aan de manuele therapie, kunnen hierbij worden genoemd:
Holisme
Organismen zijn meer dan de optelsom van de functionele componenten waaruit ze zijn opgebouwd. Dit zelfde geldt voor de onderdelen waaruit het bewegings-apparaat (gezien als functionele opponent) is opgebouwd. Het bewegingsapparaat wordt dan ook niet slechts gezien als een optelsom van botten, spieren, ligamenten enz.
Optimal Design
Hieronder verstaan we de opvatting (het axioma) dat uit de vele, vaak tegenstrijdige eisen welke aan de vorm-functie interrelaties van organismen worden gesteld, de ‘Natuur’ (of wat u maar voor deze entiteit wilt invullen), de best denkbare oplossing heeft gekozen. Wij kunnen de Natuur niet verbeteren, hoogstens proberen te begrijpen.
Dit impliceert dat een manueel therapeut niet denkt in zieke structuren (functioneel patho-morfologische’ of ‘klassiek medische’ benadering), doch denkt in zieke functies (‘patho-functioneel morfologische’ of ‘biologische’ benadering). Termen als: degeneratie, slijtage, foute houding, foute beweging, overbelasting, slechte aanleg, worden In de manuele therapie dan ook niet gehanteerd.
Minimum Principle
Eveneens een axioma afkomstig uit de functionele morfologie. waarin gesteld wordt dat functies van organismen worden uitgevoerd met een minimum aan energieverbruik en de bijbehorende morfologie wordt gerealiseerd met een minimum aan materiaalverbruik. Bewijzen hiervoor zijn nooit geleverd, het tegendeel is nog nooit aangetoond. Het verlaten van dit axioma impliceert dat geen enkele uitspraak meer gedaan kan worden over vorm-functie interrelaties.
Individualiteit
Functies en vormen van organismen kunnen niet ‘genormeerd’ worden aan de gemiddelde functies en vormen van de groep waartoe zij behoren. doch uitsluitend aan het individu zelf. Gemiddelde normen als normale bouw, normale bewegingsomvang, normale vorm worden dan ook in de manuele therapie niet gehanteerd.
Alhoewel mensen zich ‘vrij-bewegend’ in de omgeving kunnen realiseren, is er tegelijkertijd sprake van bewegings-beperkende omgevingfactoren. Een van die factoren geldt voor alle mensen in gelijke mate: de bol waarop wij leven trekt ons omlaag en niet omhoog. Echter, het effect van de zwaartekracht op het bewegen verschilt per individu. Geen twee mensen zijn geheel identiek gebouwd, zelfs eeneiige tweelingen niet. In manueel-therapeutische termen wordt dit vertaald als: bij geen twee mensen is er sprake van een gelijke verdeling van deelzwaartepunten rond de geometrische middens van de steunvlakken van de deelmassa’s.
Bewegingsfuncties van de mens worden in de manuele therapie dan geanalyseerd aan de hand van de interindividueel verschillende liggingen van de deelzwaartepunten van: kop (is: hoofd met cervicale wervelkolom), thorax (is: thoracale wervelkolom met bovenste extremiteiten) en bulk (is: lumbale wervelkolom met onderste extremiteiten) inclusief de deze bewegingsketens omringende weke delen. De verdeling van het menselijk lichaam in drie deelmassa’s is een primaire theoretische basis. In principe kunnen oneindig veel deelmassa’s onderscheiden worden. Verdere explicitering geschiedt in de theoretische uitwerking van de individuele bewegingsfuncties, de analyse tot het individuele functiemodel.
Een uitgave van de Vereniging van Manueel Therapeuten (VMT)